Blijf je bij me?

Anne…een knap meisje van tien jaar oud. Nog voordat ze binnen in de spelkamer is, doet ze haar verhaal. Iedere week nodig ik haar uit eerst even aan tafel te komen zitten en wat te drinken. Gewoon zodat ze vanuit haar rust haar verhaal kan doen. En ik? Ik omdat ik goed wil luisteren naar haar verhaal…

Anne wordt voor speltherapie aangemeld omdat ze vaak verschrikkelijke woedeaanvallen heeft. Van een knap meisje verandert ze dan ineens in een verschrikkelijk, onuitstaanbaar en onredelijk kind. Ze gilt, gooit, trapt, slaat en scheld. Niets meisjesachtig meer aan. Het duurt lang voordat ze over haar boze buien vertelt. Ze vertelt veel, heel veel, maar niets over haar boze buien. Haar spelverhalen gaan altijd over trouwen, koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen.  Op het eerste gezicht heeft dat nou niet echt direct iets met haar boosheid te maken. Of toch wel? Haar ouders zijn al lange tijd uit elkaar. Ze kan zich amper herinneren hoe het was toen haar ouders nog bij elkaar waren. Wat ze zich nog wel herinnerd zijn de gevoelens van zich in de steek gelaten te voelen. Ook nu voelt ze zich regelmatig afgewezen door één van haar ouders. Desondanks kiest ze ervoor om toch die ouder te blijven zien. Hoeveel verdriet ze regelmatig ook heeft en hoeveel verdriet haar dan ook wordt aangedaan. Waarom dan toch vraag je je af…..

Eigenlijk heel simpel. Dit komt voort uit loyaliteit die ieder van ons heeft naar jou als ouder toe. Door geboorte ontstaat loyaliteit. Het kind is afhankelijk van jou als ouders en geeft je daarbij onvoorwaardelijk vertrouwen. Dit is de relatie- investering die een kind naar zijn ouders doet. Het loyaliteitsgevoel is iets tussen ‘wij en de buitenwereld’, zorgt voor afgrenzing en geeft het gevoel van ergens bij te horen.  Als ouders van een kind gescheiden zijn is het voor een kind moeilijker om loyaal te zijn naar beiden ouders. Kinderen hebben soms het gevoel dat ze moeten kiezen, zelfs als ouders geen kwaad over elkaar spreken. Maar wat gebeurt er als ouders wel kwaad over elkaar spreken? Of wanneer het contact met één van de ouders wordt verbroken? Of wanneer er binnen het gezin er een hoge mate van wantrouwen onderling is? Dat betekent dat één helft van het kind ontkend wordt waardoor gespleten loyaliteit ontstaat. Er wordt immers van een kind gevraagd zich en bij de vader en bij de moeder (over) aan te passen Dan kunnen internaliserende problemen zoals angst of depressie zich uiten in agressie oftewel externaliserende problemen. En daar hebben we de woedeaanvallen van Anne.

Ook vandaag wil ze nog even met de koningen en koninginnen spelen. Het verhaal van vandaag verloopt anders dan voorheen. De koning besluit dat de prinses met de prins moet trouwen. De koningin heeft de trouwjurk klaargelegd en de mening van de prinses is niet belangrijk. Ze moet met de prins trouwen en wel vandaag. Gewoon ….omdat de ouders van het prinsesje dat zo hebben besloten. De prinses wil niet en loopt weg. Buiten het kasteel staat er opeens een konijntje, gespeelt door mij,  op de prinses te wachten. Hij ziet hoe boos de prinses is en benoemt wat hij ziet. Verder vraagt wat hij kan voor haar kan doen. Het prinsesje doet haar verhaal. Hoe boos ze is, dat ze niet wil trouwen met de prins, dat ze haar jurk niet zelf mocht kiezen en dat ze zelf wil kiezen met wie ze wil trouwen. Het konijn is even stil en laat de boosheid van het prinsesje er even zijn. Dan vraagt het konijn aan de prinses of de prins iets zou kunnen doen om haar een beetje minder boos te laten zijn. Het antwoord verbaast mij, alhoewel dat mij regelmatig gebeurt….De prinses antwoordt en vertelt dat de prins alleen maar hoeft te beloven dat hij lief is voor haar en nooit meer bij haar weg zal gaan. Anne is stil, ik ben stil. Het konijntje oppert dat we dat kunnen vragen aan de prins. Daar stemt de prinses mee in. De prins belooft dat hij nooit weg zal gaan bij haar. Uiteindelijk wordt er nog een geweldig trouwfeest gespeeld waarbij iedereen vrolijk en blij is.

Natuurlijk loopt het in het echte leven, en in haar leven, anders en gaan ouders wel uit elkaar.  Hoe graag ik ook wil, ik kan niet beloven dat als je het vraagt dat ouders ook écht niet uit elkaar gaan. Anne laat in haar spel de afwijzing zien die zij steeds door één van de ouders ervaart. De ouder die haar gevoel afspraken niet nakomt, de ouder die er steeds niet is op de manier zoals zij nodig heeft. Hier gaat het immers in speltherapie ook over; over de beleving van een kind en niet zozeer over ‘de waarheid’.

Op dit moment komt er meer rust en structuur in het leven van Anne. Hierdoor nemen ook de woedeaanvallen af. Ze gaat ook steeds meer vertellen over haar boosheid en frustraties. Dat is fijn voor Anne en fijn voor haar omgeving. Toch maak ik me ergens ook zorgen. De rust en structuur die ervoor zorgt dat de woedeaanvallen afnemen hebben als consequentie dat zij één van haar ouders tijdelijk minder ziet. Hoewel ik zie dat het haar echt goed doet, weet ik ook dat de ouder altijd de ouder blijft en dat er nooit sprake mag zijn van geen contact. Geen contact betekent feitelijk dat je een stukje van het kind ontkent en dat kan de bedoeling ook niet zijn. Probeer daarom als ouders altijd samen te werken omwille van het kind. Probeer als het gaat om je kind in gesprek te blijven met elkaar.

Laten we maar weer gaan spelen. Spelen over prinsen, prinsessen, koningen en koninginnen. Die bij elkaar blijven, gewoon omdat je dat als kind wilt. Gewoon omdat dat kan binnen de spelkamer waarin het kind 45 minuten de baas mag zijn…

Uiteraard zijn de naam, geslacht en de leeftijd gefingeerd.